….et après Cesar Franck?

Geplaatst in: CD-Besprekingen, Nieuws | 0

Kurt Lueders - Douai

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Guy Ropartz
    Invocation a Cesar Franck
  • Eugène Lacroix
    Grande Piece g-moll
  • Paul Berthier
    Variations (1914)
  • Vincent d’Indy
    Prélude en mi bémol mineur
  • Charles Tournemire
    Tripel-Choral “Sancta Trinitas”
  • Georges Krieger
    Toccata (1914)

Kurt Lueders, Grand Orgue Mutin/Cavaillé-Coll Saint-Pierre, Douai

Het label Aeolus blijft ons verrassen met mooie en zinnige opnamen. Recent werden de complete Sweelinck opnamen van Leon Berben gelanceerd en wat langer geleden zag deze opname het licht. Weer tijd voor wat gedachten.

…et après Cesar Franck?
l’organiste belle époque et l’héritage franckiste

La belle époque (het mooie tijdperk) is een benaming voor de periode 1870-1914 uit de Franse geschiedenis. Een tijd waarin onbezorgdheid en grote ontdekkingen Europa in de ban hielden. Tevens markeerde deze periode het ontstaan van dans en cabaret.

“Markeren de drie Choralen van Cesar Franck het einde van een muzikale periode, of leeft de muzikale erfenis van ‘le maître angelique’ nog door in de werken van zijn bewonderaars?”, kopt de website van de uitgever bij deze cd. Een terechte vraag. Maar kan die ook beantwoord worden? Het repertoire op de cd is grotendeels onbekend, maar laat u zich daardoor niet afschrikken. Organist Kurt Lueders wist mijn aandacht in eerdere uitgaven al te trekken en daar slaagt hij nu ook weer in. Niet alleen vanwege zijn keuzes, maar meer nog vanwege zijn bezonken en muzikale spel. Het heeft iets vanzelfsprekends, iets natuurlijks. Dat treffen we op deze cd ook weer aan. Het Invocation van Guy Ropartz waarmee de cd opent, bloeit gaandeweg open in al zijn schoonheid. Het zeer Frankiaans aandoende Grande Pièce van Eugéne Lacroix laat je vervolgens in 15 minuten alle sferen proeven van de mineur toonsoort. De wat meer eigentijds aandoende harmonieën van de Variations (1914) van Paul Berthier laten al duidelijk horen dat het heersende impressionisme de componist in z’n greep had. De composities van de twee Franck leerlingen d’Indy en Tournemire laten hier eveneens aan duidelijkheid niets te wensen over. l’Hommàge de Cesar Franck! De Toccata van Georges Krièger doet de compositie alle eer aan. Het idioom doet sterk aan dat van Vierne denken, al is de compositie duidelijk behoudender van stijl. Op het eind gaan dan toch even alle remmen los! Wat een heerlijk orgel zeg!

Het orgel van de St. Pierre werd in 1922 door de Parijse orgelbouwer Charles Mutin (de opvolger van Aristide Cavaillé Coll) voltooid. Het vorige orgel uit 1792 werd in 1918 door de terugtrekkende Duitse bezettingstroepen leeggehaald. Alleen de orgelkas bleef gespaard. Het instrument was aanvankelijk bestemd voor de concertzaal van het Conservatorium van St. Petersburg maar door het uitbreken van de oorlog in 1914 en de Russische Revolutie in 1917 is het instrument daar nooit geplaatst. Het bezit 69 registers verdeeld over 4 manualen (61t) en pedaal (32t). De keus om dit repertoire op dit zeer fraaie Mutin-orgel vast te leggen is wat mij betreft een schot in de roos. Het bezit een poëzie die je maar zelden tegenkomt. Soms moest ik even denken aan het klankbeeld van het Cavaillé-Coll orgel van de Notre-Dame d’Auteuill in Parijs. Beide instrumenten hebben veel met elkaar gemeen. Voor hetzelfde label legde daar de inmiddels overleden Franse organiste Michelle Leclerc een heel mooi recital vast op de plaat. Helaas is die niet meer verkrijgbaar. Net zoals in d’Auteuill is het orgel in Douai bijna geheel in originele staat en zeer fraai van intonatie. Het spel van Lueders en de fraaie opname van Aeolus doen de rest.

Een intense plaat met een grote zeggingskracht, die niet alleen de nog openstaande vraag aan het begin van dit schrijven overtuigend weet te beantwoorden, maar zeker ook een plek verdient in uw verzameling.

JAN-WILLEM VAN BRAAK | MAART 2015

Klik hier voor uw bestelling