» » » Böhm

Böhm

34,95

Stef Tuinstra in Hamburg en Zandeweer

Artikelnummer: DOC 1102 Categorieën: , Tags: , ,

Omschrijving

STEF TUINSTRA speelt BÖHM
CD 1 – 76:29
Hamburg, St. Jacobikirche | Arp Schnitger-orgel (1689-1693)
  • Praeludium in F-groot/F-dur/F major/en fa majeur
  • Ach wie nichtig, ach wie flüchtig
  • Christe, der du bist Tag und Licht
  • Gelobet seist du, Jesu Christ
  • Freu sich sehr, o meine Seele
  • Christ lag in Todesbanden
  • Herr Jesu Christ, dich zu uns wend
  • Nun bitten wir den Heiligen Geist
  • Praeludium in d-klein/d-moll/D minor/en ré mineur
CD 2 – 76:06
Hamburg, St Jacobikirche
  • Praeludium in C-groot/C-dur/C major/en ut majeur
  • Erhalt uns, Herr, bei deinem Wort
  • Christ lag in Todesbanden
  • Auf meinen lieben Gott
  • Christum wir sollen loben schon
  • Allein Gott in der Höh sei Ehr
  • Gelobet seist du, Jesu Christ
  • Praeludium in g-klein/G-moll/G minor/en sol mineur
  • Aus tiefer Not schrei ich zu dir
  • Vom Himmel hoch da komm ich her
  • Vater unser im Himmelreich (aria)
  • Vater unser im Himmelreich (c.f. in bas)
  • Vater unser im Himmelreich (aria pedakiter)
  • Chaconne in G-groot/G-dur/G major/en sol majeur

Uit/aus/from/du: Görlitzer Tabulaturbuch (1650) – Samuel Scheidt (1587-1654)

CD 3 – 73:08
Hamburg, St. Jacobikirche
  •  Praeludium in a-klein/a-moll/A minor/en la mineur
  • Wer nur den lieben Gott läßt walten
  • Herr Christ, der einig Gottes Sohn
Hamburg, Museum für Kunst und Gewerbe | Zell-klavecimbel (1728)
  • Praeludium in g-klein/G moll/G minor/en sol mineur
  • Chaconne in G-groot/G-dur/G major/en sol majeur
Zandeweer, Mariakerk | Hinsz-orgel (1731)
  • Capriccio in D-groot/D-dur/D major/en ré majeur
  • Ach wie nichtig, ach wie flüchtig
  • Suite in D-groot/D-dur/D major/en ré majeur

Het is een goed initiatief geweest van Okke Dijkhuizen om de complete orgelwerken van Georg Böhm uit te brengen op cd. Op zijn label DOCUMENT is dit zijn tweede grote project. Nu ben ik het lang niet altijd eens met zijn mening voor wat betreft de uitvoering van barokmuziek, maar laat ik meteen zeggen dat dit een project is wat er mag zijn! En niet alleen op muzikaal terrein…

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen; zelden zag ik een productie zo fraai van uitvoering als deze. Een woord van dank aan graphic designer Martijn Kunstman is hier wel op z’n plaats. Wat we in handen houden is een prachtig ruim 200 pagina's tellend boekwerk met zeer lezenswaardige teksten incluis prachtige foto’s en uitgebreide beschrijvingen van de bespeelde instrumenten. En natuurlijk zijn de registraties bij zo’n productie tot in detail vermeld. Laat ik hier ook eens zeggen dat er naast mensen als Aad van der Waal (Krimpen a/d IJssel) heus meer mensen zijn die voortreffelijk kunnen opnemen. Want dat bewijst deze productie ook. Zonder ook maar één noot gehoord te hebben ben je als liefhebber al verkocht. Dat geeft hoop voor producer Okke Dijkhuizen.

Naast het oog gaat het natuurlijk vooral om de muziek. Ook daar scoort deze uitgave. Stef Tuinstra blijkt een muzikaal persoon. Hij speelt enerzijds zorgvuldig en heeft oog voor detail. Anderzijds verliest hij de grote muzikale lijn niet uit het oog. Zijn spel is aanstekelijk en er wordt met een gezonde dosis muzikaliteit gemusiceerd. Opvallend is daarbij het orgelgebruik. De Schnitgerreus in Hamburg daagt de speler natuurlijk uit. Met zo’n keur aan prachtige registers kan de organist alle klanknuances aan bod laten komen. En dat doet Stef Tuinstra dan ook. Hij laat met overtuiging horen dat deze muziek hem raakt. Verpletterende plena in de grote preludia worden afgewisseld met eigenwijze combinaties in de verschillende partita’s. De diverse tongwerken worden fraai geëtaleerd in de koraalvoorspelen evenals de prachtige Sesquialter van het Rugwerk. Hallucinerend mooi! In de koraalbewerkingen word in de meeste gevallen afgesloten met een koraalzetting. Daar waar ze niet voorhanden waren bediend Tuinstra zich van notaties uit het Görlitzer Tabulaterbuch van Samuel Scheidt. In alle gevallen is dat een passend en geheel in stijl gekozen alternatief. Interessante anekdote is dat Stef Tuinstra in het voorwoord zijn keuze verdedigd voor toegevoegde improvisatorische elementen in de muziek. Volgens Tuinstra sluit dit op natuurlijke wijze aan bij Böhms cantatemuziek waarbij Böhm deze elementen zelf ook toepaste. Wat ons betreft een terechte keus, het voegt niet alleen wat toe maar het laat ook iets zien van Böhms eigen werkwijze. In zo’n stijlgetrouwe uitgave mag dat eigenlijk niet ontbreken. Een toegift is de Suite in D-groot op het Hinsz-orgel van Zandeweer. Op dit recent gerestaureerde en uit de kluiten gewassen dorpsorgel met aangehangen pedaal komt dit werk voortreffelijk tot klinken. Akoestisch zijn het hele andere omstandigheden dan die in Hamburg. Hier klinkt het heel intiem, kamermuzikaal. Van oorsprong is deze Suite waarschijnlijk een klavecimbelwerk maar ik moet zeggen dat het op orgel prima voldoet.

De allergrootste winst van deze fraaie productie gaat naar onze mening uit naar klanktechnicus Bert van Dijk van Helix Audio in Vierakker. Wat hij hier heeft weten te realiseren is heel erg fraai! Hij heeft een perfecte balans weten te vinden tussen orgel en ruimte. Mijns inziens word er nog steeds te vaak té direct opgenomen. In sommige gevallen kan dat een verantwoorde keuze zijn maar in de meeste gevallen doet het tekort aan het totaalbeeld. De ruimte waar het orgel in staat is wel degelijk een belangrijke factor. Dat mag je gerust laten horen in de opname. Wat ook niet onvermeld mag blijven is het feit dat er van de muziek van Georg Böhm nog geen enkele complete uitgave verkrijgbaar was of het moet de zojuist verschenen uitgave zijn van Friedhelm Flamme op het label CPO. Maar die kan dan weer niet tippen aan de compleetheid, kwaliteit en uitvoering van deze DOCUMENT-uitgave. Nog een feit; Nederlanders klagen al snel over de prijs. Dan treft u het, want deze uitgave die eigenlijk met een minimale verkoopprijs van 45 euro over de toonbank moest gaan, heeft u in handen voor slechts 35 euro! Absoluut een koopje voor zo’n kwalitatief hoogstaande productie. Hollen!

Jan-Willem van Braak | december 2011