Bach

22,50

Der Kölner Domorganist Winfried Bönig spielt an der Orgel der Ursulinenkirche Köln.

SKU: MOT13494 Categorie: Tags: , ,

Omschrijving

Die Goldbergvariationen BWV 988.
Der Kölner Domorganist Winfried Bönig spielt an der Orgel der Ursulinenkirche Köln.

Bach is het begin en het einde. Daar beginnen we maar mee. Zijn muziek is wereldwijd vermaard en tot op de dag van vandaag blijven er nog steeds nieuwe interpretaties van zijn muziek verschijnen. En dat Bach vandaag de dag nog steeds nieuw, fris en actueel is kunnen we beluisteren in deze productie van het gerenommeerde Duitse label Mottete. De Keulse Domorganist Winfried Bönig speelt hier Bach’s Goldberg-Variationen op het Ahrend-orgel van de Ursulinenkirche in Köln.

De Goldberg-Variationen blijken in de praktijk niet alleen uitvoerbaar te zijn voor het oorspronkelijk geschreven instrument - de klavecimbel - maar doen het ook goed op diverse andere toetsinstrumenten. Zeker als we letten op de lange lijst met geluidsopnamen van dit niet eenvoudig uit te voeren werk. En het blijft ook niet alleen bij toetsinstrumenten, op die lange lijst komen we ook allerlei andere bezettingen tegen. Onlangs hoorde ik dit stuk nog in een arrangement voor strijkers. Adembenemend! De muziek van Bach blijkt zeer multifunctioneel. Om maar even bij de toetsinstrumenten te blijven: Wie herinnert zich niet de legendarische uitvoering van de Canadese pianist Glenn Gould uit de jaren ’50 van de vorige eeuw? Destijds heb ik die plaat grijs gedraaid. In deze opname horen we dit werk in een transscriptie voor orgel. Een goede keus gelet op de basis van deze compositie, namelijk een basthema. Onder puriteinen zijn transcripties nog vaak ‘not done’. Bijna alsof het een vies woord is… Niets is echter minder waar; Bach deed het zelf ook! En dat het wel degelijk bestaansrecht heeft bewijst deze productie. Ten eerste biedt het orgel de uitvoerende organist vele mogelijkheden tot variatie in kleur (lees registratie) -wat tegelijk een stuk aangenamer luistert dan continu hetzelfde klankbeeld (b.v. klavecimbel) -en ten tweede biedt het de luisteraar een verrassende kijk op de doorwrochte compositorische eenheid van het stuk. Je leert deze compositie letterlijk beter begrijpen doordat elke variatie eigenlijk een compositie apart word.

Bönig weet ons van meet af aan te boeien. Deed hij dat al in zijn eerdere producties vanuit de Keulse Dom, ook met deze materie weet hij voortreffelijk om te gaan. Ik heb veel respect en waardering voor zijn spel. Dat word mede bepaald door het prachtige Ahrend-orgel uit de Ursulinenkirche. Jurgen Ahrend uit Leer bouwde dit instrument in 2002 naar overwegend Noord-Duitse factuur en het bezit in totaal 19 registers. De Ursulinenkirche is een locatie die deel uitmaakt van de Hochschule für Musik in Köln. Daarmee bezit de Hochschule een werkelijk schitterende (les)locatie. Een prachtige akoestische ruimte waarin het Ahrend-orgel uitstekend tot zijn recht komt. Aan dit instituut is Bönig als leraar kerkelijk orgelspel verbonden en vanuit die positie is hij natuurlijk bekend met het instrument. Dat bewijst hij ook. Zeer kleurrijk weet Bönig dit werk tot de luisteraar te brengen. Beheerst in tempo, smaakvol in registraties en sprankelend in uitvoering. Deze schijf is al heel wat keren de cd-lade in en uit gegaan en ieder keer ontdek je weer nieuwe dingen. Dat is tegelijk ook kenmerkend voor de muziek van Bach; het blijft boeien, hoe dan ook. De ene keer door middel van een fraaie cantus firmus, de andere keer door een statig plenum en weer een andere keer door prachtige fluiten. IJzersterk repertoire.

Naast het oor verdient het oog ook graag aandacht. Dat is bij deze uitgave - net als bij de vorige uitgaven van Bönig uit de Keulse Dom – prima voor elkaar. Een mooi grafisch vormgegeven boekje - een soort luxe digipack – bevat naast fotomateriaal, dispositie en vermelding van registraties veel wetenswaardigheden rond de ontstaansgeschiedenis van de compositie. De opname van Tönmeister Christoph Frommen is als vanouds subliem. Een prachtige mix tussen direct en ruimtelijkheid. Er blijft niets te wensen over.

Jan-Willem van Braak | Mei 2009